ECLI:NL:GHAMS:2018:2405
Gerechtshof Amsterdam
- Beschikking
- J. Kok
- A. van Haeringen
- M. van Groenleer
- Rechtspraak.nl
Beëindiging van het ouderlijk gezag van de vader ten gunste van pleegmoeder
De zaak betreft het hoger beroep tegen een beschikking van de rechtbank Amsterdam waarin het ouderlijk gezag van de vader over zijn twee minderjarige kinderen werd beëindigd en de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Regio Amsterdam (GI) tot voogd werd benoemd. De kinderen verblijven sinds januari 2014 onafgebroken bij de pleegmoeder.
De vader betoogde dat hij wel degelijk betrokken was bij de verzorging en opvoeding en dat de kinderen tijdelijk bij de pleegmoeder verbleven. Hij stelde dat een lichtere maatregel passend was en dat onderzoek naar zijn opvoedcapaciteiten noodzakelijk was. De raad en de moeder verzochten bekrachtiging van de beschikking, stellende dat de vader onvoldoende betrokken was en dat het belang van de kinderen bij stabiliteit en continuïteit lag.
Het hof overwoog dat de kinderen sinds 2014 bij de pleegmoeder verblijven, die hun primaire opvoeder is en een stabiele omgeving biedt. De vader is onvoldoende in staat gebleken om binnen een aanvaardbare termijn de verantwoordelijkheid voor verzorging en opvoeding te dragen. De gedragsproblemen van de kinderen, met name van [kind a], vragen om continuïteit en stabiliteit. Een wijziging van de huidige situatie zou een ernstige bedreiging voor hun ontwikkeling vormen.
Het hof wees het verzoek van de vader af en bekrachtigde de beschikking tot beëindiging van zijn gezag. Het belang van de kinderen bij een stabiele opvoedsituatie en het voorkomen van ernstige bedreiging in hun ontwikkeling woog zwaar. De inbreuk op het familie- en gezinsleven werd als gerechtvaardigd en evenredig beoordeeld.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de beëindiging van het gezag van de vader over de kinderen en benoemt de GI tot voogd.