ECLI:NL:GHAMS:2018:2469

Gerechtshof Amsterdam

Datum uitspraak
3 juli 2018
Publicatiedatum
17 juli 2018
Zaaknummer
23-002603-17
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Vrijspraak
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 378a Sv
Verwijzingen
1 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vrijspraak verdachte wegens onvoldoende bewijs van winkeldiefstal oordopjes

Op 12 april 2017 werd verdachte beschuldigd van diefstal van oordopjes uit een bedrijf te Hoofddorp. De aangifte werd gedaan door een medewerker van het bedrijf, maar er werden geen camerabeelden overlegd die de diefstal konden bevestigen.

Tijdens de terechtzitting in hoger beroep ontkende verdachte de diefstal en deed hij een eigen verklaring over de gang van zaken. Het hof hechtte geloof aan zijn verklaring, mede omdat deze overeenkwam met de situatieschets van een getuige tijdens diens verhoor.

Het hof oordeelde dat het bewijs onvoldoende was om de tenlastelegging wettig en overtuigend te bewijzen. Daarom vernietigde het hof het vonnis van de politierechter en sprak verdachte vrij van de tenlastelegging.

Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens onvoldoende wettig en overtuigend bewijs van winkeldiefstal.

Uitspraak

afdeling strafrecht
parketnummer: 23-002603-17
datum uitspraak: 3 juli 2018
TEGENSPRAAK
Arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van
de politierechter in de rechtbank Noord-Holland van 6 juli 2017 in de strafzaak onder parketnummer
15-069651-17 tegen

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1986,
adres: [adres].

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 3 juli 2018.
Tegen voormeld vonnis is door de verdachte hoger beroep ingesteld.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door de verdachte en de raadsvrouw naar voren is gebracht.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd dat:
hij op of omstreeks 12 april 2017 te Hoofddorp, gemeente Haarlemmermeer met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen oordopjes, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [bedrijf], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte.
Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zal het hof deze verbeterd lezen. De verdachte wordt daardoor niet in de verdediging geschaad.

Vonnis waarvan beroep

Het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd, reeds omdat daarvan slechts aantekening is gedaan ingevolge artikel 378a van het Wetboek van Strafvordering.

Vordering van het openbaar ministerie

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte zal worden vrijgesproken.

Vrijspraak

Naar het oordeel van het hof is niet wettig en overtuigend bewezen hetgeen aan de verdachte is ten laste gelegd. Het hof overweegt hieromtrent het volgende. Door [naam], medewerker bij de [bedrijf] in Hoofddorp, is aangifte gedaan van diefstal van oordopjes uit de [bedrijf] door de verdachte op 12 april 2017. Van die vermeende diefstal zijn geen camerabeelden aangeleverd namens de [bedrijf]. De verdachte heeft op de terechtzitting in hoger beroep opnieuw uitgelegd wat er volgens hem die avond in de [bedrijf] in Hoofddorp is gebeurd. Hij ontkent te hebben gestolen. Het hof hecht geloof aan hetgeen de verdachte over de gang van zaken die avond heeft verklaard, mede omdat zijn verklaring aansluit bij de door getuige [getuige] bij diens verhoor door de raadsheer-commissaris gemaakte situatieschets, terwijl (overtuigend) bewijs dat de aangifte ondersteunt ontbreekt. De verdachte moet daarom worden vrijgesproken.

BESLISSING

Het hof:
Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht.
Verklaart niet bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij.
Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. M.L. Leenaers, mr. C.N. Dalebout en mr. M. Lolkema, in tegenwoordigheid van mr. M.A.T. van Willigen, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 3 juli 2018.