ECLI:NL:GHAMS:2018:2711

Gerechtshof Amsterdam

Datum uitspraak
30 juli 2018
Publicatiedatum
2 augustus 2018
Zaaknummer
23-002020-17
Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 422 Sv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verlenging proeftijd in plaats van tenuitvoerlegging voorwaardelijke gevangenisstraf

In hoger beroep tegen het vonnis van de rechtbank Noord-Holland heeft het gerechtshof Amsterdam op 30 juli 2018 uitspraak gedaan over de vordering tot tenuitvoerlegging van een voorwaardelijke gevangenisstraf van zes maanden.

De rechtbank had de tenuitvoerlegging toegewezen, maar het hof vernietigt dit deel van het vonnis en besluit de proeftijd met één jaar te verlengen. Dit besluit is genomen mede vanwege de positieve ontwikkelingen in het leven van de verdachte, die een eigen transportbedrijf is gestart en een eigen huurwoning heeft.

Het hof bevestigt het vonnis van de rechtbank voor het overige. Hiermee wordt de tenuitvoerlegging van de gevangenisstraf uitgesteld en krijgt de verdachte de kans zijn leven verder positief vorm te geven binnen een verlengde proeftijd.

Deze beslissing volgt op het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 16 juli 2018 en de overwegingen van het hof dat de persoonlijke omstandigheden van de verdachte aanleiding geven tot deze maatregel.

Uitkomst: De proeftijd van de voorwaardelijke gevangenisstraf wordt met één jaar verlengd in plaats van tenuitvoerlegging.

Uitspraak

afdeling strafrecht
parketnummer: 23-002020-17
datum uitspraak: 30 juli 2018
TEGENSPRAAK
Arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Noord-Holland van 7 juni 2017 in de strafzaak onder de parketnummers 15-800370-16 en
15-870110-14 (TUL) tegen
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1982,
adres: [adres].

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van
16 juli 2018 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg.
Tegen voormeld vonnis is namens de verdachte hoger beroep ingesteld.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door de verdachte en de raadsman naar voren is gebracht.

Vonnis waarvan beroep

Het hof verenigt zich met het vonnis waarvan beroep en zal dit derhalve bevestigen, behalve ten aanzien van de beslissing met betrekking tot de vordering tot tenuitvoerlegging. In zoverre zal het vonnis worden vernietigd.

Vordering tenuitvoerlegging

Het openbaar ministerie heeft de tenuitvoerlegging gevorderd van de bij vonnis van de rechtbank Noord-Holland van 10 juni 2014 opgelegde voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van zes maanden. De rechtbank Noord-Holland heeft de vordering tot tenuitvoerlegging toegewezen.
Deze vordering is in hoger beroep opnieuw aan de orde.
De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de proeftijd van de vordering tot tenuitvoerlegging zal worden verlengd met één jaar.
Ter terechtzitting in hoger beroep is gebleken dat de verdachte een positieve draai aan zijn leven tracht te geven. Hij is zijn eigen transportbedrijf begonnen, waarmee hij thans inkomen verkrijgt, en beschikt over een eigen huurwoning. In het licht hiervan acht het hof termen aanwezig om, in plaats van de tenuitvoerlegging te gelasten van de bij vonnis van de rechtbank Noord-Holland van 10 juni 2014 opgelegde voorwaardelijke gevangenisstraf van zes maanden, de daarbij vastgestelde proeftijd met één jaar te verlengen.

BESLISSING

Het hof:
Vernietigt het vonnis waarvan beroep ten aanzien van de beslissing met betrekking tot de vordering tot tenuitvoerlegging en doet in zoverre opnieuw recht.
Verlengt de proeftijd als vermeld in het vonnis van de rechtbank Noord-Holland van 10 juni 2014, parketnummer 15-870110-14, met een termijn van 1 (één) jaar.
Bevestigt het vonnis waarvan beroep voor het overige.
Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. M. Senden, G. Oldekamp en mr. M. Lolkema, in tegenwoordigheid van
mr. D. Boessenkool, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van
30 juli 2018.
[…]