ECLI:NL:GHAMS:2018:2727
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging onvoorwaardelijke gevangenisstraf wegens onttrekking kind aan gezag
In deze strafzaak is de verdachte veroordeeld wegens het onttrekken van zijn zoon aan het wettig gezag door het kind zonder toestemming mee te nemen naar Tunesië en daar onbepaalde tijd te houden. De moeder van het kind had samen met de vader het gezag en het kind had zijn hoofdverblijf bij haar. Ondanks rechterlijke bevelen heeft de verdachte het kind niet teruggebracht, waardoor de moeder haar gezagsrol niet kon vervullen.
De rechtbank veroordeelde de verdachte tot een geheel onvoorwaardelijke gevangenisstraf van twaalf maanden. Het openbaar ministerie stelde hoger beroep in en vorderde een gevangenisstraf van achttien maanden waarvan twaalf voorwaardelijk, met een bijzondere voorwaarde dat het kind binnen drie maanden na onherroepelijkheid van het arrest naar Nederland zou worden teruggebracht.
Het hof oordeelde dat het opleggen van een bijzondere voorwaarde die strafrechtelijke naleving van een civielrechtelijk vonnis beoogt, niet passend is. De verdachte heeft zich niet gehouden aan eerdere rechterlijke beslissingen en toont geen bereidheid het kind terug te brengen. Daarom acht het hof een geheel onvoorwaardelijke gevangenisstraf passend en bevestigt het het vonnis van de rechtbank.
De ernst van het feit, de langdurige onttrekking aan het gezag en het emotionele leed van de moeder rechtvaardigen volgens het hof geen lichtere straf. Het belang van het kind bij betrokkenheid van de moeder bij zijn opvoeding wordt benadrukt. Het arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam op 26 juli 2018.
Uitkomst: De verdachte is veroordeeld tot een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van twaalf maanden wegens onttrekking van zijn kind aan het gezag.