ECLI:NL:GHAMS:2018:2771
Gerechtshof Amsterdam
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Bekrachtiging ondertoezichtstelling minderjarige wegens weigering moeder contact vader
In deze zaak staat de ondertoezichtstelling van een minderjarige centraal, waarbij de moeder bezwaar maakt tegen de beslissing van de rechtbank Amsterdam. De moeder weigert contact tussen de vader en de minderjarige, wat volgens de Raad voor de Kinderbescherming een ernstige bedreiging vormt voor de ontwikkeling van het kind. De vader heeft sinds lange tijd geen contact met de minderjarige en vreest dat de moeder een negatief beeld van hem schetst.
De Raad heeft geadviseerd de ondertoezichtstelling te handhaven om de moeder te dwingen mee te werken aan contactherstel. De moeder ondergaat psychologische behandeling vanwege trauma's, maar toont geen bereidheid om de vader een rol te geven in het leven van het kind. De vader moet ook werken aan het verkrijgen van een verblijfsvergunning en het verbeteren van zijn positie.
Het hof overweegt dat de moeder geen ruimte biedt voor contactherstel en dat dit schadelijk is voor de identiteitsontwikkeling van de minderjarige. De vader moet zijn aandeel in de problematiek erkennen en zich inspannen om het wantrouwen van de moeder weg te nemen. De ondertoezichtstelling wordt bekrachtigd met als doel hulpverlening aan beide ouders gericht op individuele problematiek en uiteindelijk contactherstel.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de ondertoezichtstelling van de minderjarige vanwege de weigering van de moeder om contact met de vader toe te staan.