Uitspraak
mr. B. Breederveldte Alkmaar,
mr. J. van der Steenhovente Amsterdam.
1.Het geding in hoger beroep
2.Feiten
3.Beoordeling
Overweging voorafstaat in deze akte:
“Zoals uit de verklaring van de comparant (hof: erflater
) en de bijlagen blijkt zijn er thans meerdere procedures aanhangig (geweest) waarbij de comparant is betrokken en zijn zoon [appellant sub 1] en dochter [appellante sub 2] . Deze verklaring van de comparant dient er voor zo goed mogelijk de gang van zaken te schetsen en tevens om de gevoelens van de comparant daaromtrent vast te leggen.”De akte bestaat uit 11 pagina’s en 32 bijlagen. In een afzonderlijke verklaring, genaamd ‘Getuigenis’, eveneens ondertekend op 22 november 2012, heeft erflater verklaard dat hij [appellanten] niet meer wil ontmoeten, zien of horen. De handtekening van erflater onder deze getuigenis is gelegaliseerd door notaris Paardekooper.
“In reactie op uw e-mailbericht d.d. 29-06-2016 aan de inspectie bericht ik u namens mw Joosten(hof: die ook bij het gesprek dat [appellanten] met IGZ hadden aanwezig was)
het volgende:
“De stelling van [appellant sub 1] en [appellante sub 2] is dat het handelen van [geïntimeerde] vanaf het moment dat broer [broer] is komen te overlijden in maart 2010 er uit heeft bestaan opzettelijk en systematisch [appellant sub 1] en [appellante sub 2] in een kwaad daglicht te plaatsten bij vader, onwaarheden te construeren en aan vader te verkondigen, en feiten tegenover vader te verdraaien en/of verdoezelen en handelingen te verrichten met het oogmerk te bewerkstelligen dat vader een zodanig negatief beeld van [appellant sub 1] en [appellante sub 2] krijgt en vader zodanig afhankelijk van haar maakt dat hij waardoor bewogen wordt tot datgene dat in 2011 en 2012 daadwerkelijk is gebeurd en waardoor [geïntimeerde] over het vermogen van de ouders alleen de regie kon krijgen en dit geheel ten voordele van haar is gekomen met terzijde stelling van [appellant sub 1] en [appellante sub 2] ”. [appellanten] beroepen zich onder meer op de verklaring die erflater op 22 november 2012 heeft afgelegd tegenover notaris mr. O.G.M. Paardekoper te Nijmegen die geheel en al door [geïntimeerde] zou zijn voorgekookt getuige de brief van [geïntimeerde] aan deze notaris met als ontvangststempel 18 februari 2011 waaruit een vooropgezet plan blijkt. De brief luidt als volgt:
Hier mijn verhaal. Ik wil hier expliciet verklaren dat mijn zoon [appellant sub 1] en dochter [appellante sub 2] systematisch de wil en keuzes van [de moeder] (hof: de vooroverleden echtgenote van erflater, de moeder van [appellanten] en [geïntimeerde]
) alsook van mij niet hebben gerespecteerd en respecteren en naar eigen inzichten, intenties met leugens en onder valse voorwendselen, zonder met ons te overleggen, gehandeld hebben. Uitdrukkelijk tegen ons beider wil in. Ik verzet mij daarom uitdrukkelijk tegen de vernietiging van [de moeder] Testament.
Ten onrechte heeft de rechtbank de vordering tot betaling van schadevergoeding jegens het (onrechtmatig) handelen van [geïntimeerde] jegens [appellant sub 1] en [appellante sub 2] afgewezen.