ECLI:NL:GHAMS:2018:286
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep inzake dwaling en zorgplicht bij rentederivaat Zero Cost Knock-In Collar
Kurfürster, een rechtspersoon naar Duits recht, heeft in 2008 een winkelcentrum in Kassel verworven en een geldlening afgesloten bij ING met een derivatenovereenkomst ter afdekking van renterisico. De derivaattransactie betrof een Zero Cost Knock-In Collar (ZCKIC) met een cap en floor rente, waarbij Kurfürster een renteopslag verschuldigd werd als de rente onder de floor daalde.
Kurfürster stelt dat ING onjuist heeft geadviseerd en niet voldoende heeft gewaarschuwd over de werking van de ZCKIC, met name over de renteverwachting. Kurfürster beroept zich op dwaling en schending van de zorgplicht en vordert vernietiging van de ZCKIC en schadevergoeding. ING handhaaft haar standpunt en verzoekt bekrachtiging van het vonnis van de rechtbank.
Het hof neemt de feiten van de rechtbank als uitgangspunt en constateert dat Kurfürster nieuwe feiten heeft ingebracht over de rentevisie van ING die afwijkt van de presentatie aan Kurfürster. Het hof staat toe dat ING hierop reageert en houdt verdere beslissing aan. De zaak wordt verwezen naar de rol van 27 februari 2018 voor nadere stukken en pleidooien.
Uitkomst: De zaak wordt aangehouden voor nadere stukken en pleidooien met een rolzitting op 27 februari 2018.