ECLI:NL:GHAMS:2018:2884
Gerechtshof Amsterdam
- Raadkamer
- Rechtspraak.nl
Afwijzing schorsing voorlopige hechtenis wegens recidivegevaar en gebrek aan motieven
In deze zaak heeft het Gerechtshof Amsterdam het hoger beroep behandeld tegen de beschikking van de rechtbank Noord-Holland, locatie Alkmaar, die de verlenging van de voorlopige hechtenis van de verdachte had bevolen en het verzoek tot schorsing had afgewezen.
Het hof heeft de stukken en de motieven van de rechtbank bestudeerd en sluit zich aan bij de ernstige bezwaren die de rechter-commissaris heeft geformuleerd. Daarnaast heeft het hof de verklaring van een getuige en het bestaan van een account met een verdachte naam meegewogen als indicaties voor het feit waarvoor de verdachte in bewaring is gesteld.
Verder heeft de verdachte geen verklaring gegeven voor de hem ten laste gelegde feiten, waardoor het hof geen inzicht heeft in zijn beweegredenen. Dit gebrek aan inzicht maakt het onmogelijk om het recidivegevaar te beoordelen en te bepalen of dit gevaar door voorwaarden bij schorsing kan worden beperkt.
Daarom heeft het hof het verzoek tot schorsing van de voorlopige hechtenis afgewezen en het beroep tegen de bestreden beschikking verworpen.
Uitkomst: Het hof wijst het verzoek tot schorsing van de voorlopige hechtenis af en bevestigt de verlenging van de gevangenhouding.