ECLI:NL:GHAMS:2018:2891
Gerechtshof Amsterdam
- Raadkamer
- Rechtspraak.nl
Beoordeling voorlopige hechtenis bij ernstige bezwaren en handel in verdovende middelen
Het gerechtshof Amsterdam behandelde het hoger beroep tegen de beschikking van de rechtbank Noord-Holland die het bevel tot gevangenhouding van verdachte handhaafde. De zaak betrof de voorlopige hechtenis van verdachte, die wordt verdacht van betrokkenheid bij de handel in verdovende middelen in georganiseerd verband.
Het hof nam kennis van de stukken en hoorde de advocaat-generaal en de verdachte met zijn raadsvrouw. Het schorsingsverzoek van verdachte werd mondeling ingediend maar afgewezen vanwege het ontbreken van zeer bijzondere persoonlijke omstandigheden.
Het hof verwierp de gronden van vluchtgevaar en onderzoeksbelang, maar handhaafde de gronden van ernstige bezwaren, recidive en de twaalfjaarsgrond. De ernstige bezwaren waren vanaf het begin sterk genoeg om de voorlopige hechtenis te dragen. De aanwezigheid van geldbedragen en wapens duidt op professionele georganiseerde drugshandel, wat het risico op herhaling bij vrijlating rechtvaardigt.
Het verzoek tot schorsing werd afgewezen vanwege de ernst van de feiten en de geschokte rechtsorde. De beschikking werd gegeven door een meervoudige raadkamer van het hof op 8 augustus 2018.
Uitkomst: Het hof handhaaft de voorlopige hechtenis van verdachte en wijst het schorsingsverzoek af.