ECLI:NL:GHAMS:2018:3140

Gerechtshof Amsterdam

Datum uitspraak
8 augustus 2018
Publicatiedatum
30 augustus 2018
Zaaknummer
23-000420-18
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 311 SrArt. 422 SvArt. 27 SrArt. 27a Sr
Verwijzingen
5 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging vonnis diefstal met braak, vermindering gevangenisstraf in hoger beroep

In hoger beroep heeft het gerechtshof Amsterdam het vonnis van de rechtbank Amsterdam van 2 februari 2018 bevestigd met uitzondering van de strafoplegging. De verdachte werd samen met twee anderen veroordeeld voor een bedrijfsinbraak in een pizzeria waarbij een kluis, sleutels en telefoons werden weggenomen en aanzienlijke schade werd veroorzaakt.

Het hof heeft de ernst van het feit, de omstandigheden waaronder het is gepleegd en de persoon van de verdachte betrokken bij de beoordeling. Tevens is rekening gehouden met de frustratie en het ongemak dat de gedupeerde ondernemer heeft ondervonden door de ravage. Ook zijn eerdere veroordelingen van de verdachte voor vermogensdelicten meegewogen.

De rechtbank had een gevangenisstraf van 12 weken opgelegd, maar het hof heeft deze straf verminderd tot 10 weken, met aftrek van voorarrest. De overige onderdelen van het vonnis blijven ongewijzigd. De straf is opgelegd op grond van artikel 311 van Pro het Wetboek van Strafrecht.

Uitkomst: Gevangenisstraf van 10 weken met aftrek van voorarrest opgelegd voor diefstal met braak.

Uitspraak

afdeling strafrecht
parketnummer: 23-000420-18
datum uitspraak: 8 augustus 2018
TEGENSPRAAK (gemachtigd raadsvrouw)
Arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Amsterdam van 2 februari 2018 in de strafzaak onder parketnummer 13-702873-17 tegen
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1986,
adres: [adres].

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 8 augustus 2018 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg.
Tegen voormeld vonnis is namens de verdachte hoger beroep ingesteld.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door de raadsvrouw naar voren is gebracht.

Vonnis waarvan beroep

Het hof verenigt zich met het vonnis waarvan beroep en zal dit derhalve bevestigen behalve ten aanzien van de opgelegde straf. In zoverre zal het vonnis worden vernietigd.

In hoger beroep gevoerd verweer

Hetgeen de raadsvrouw in hoger beroep heeft aangevoerd vindt zijn weerlegging in de bewijsmiddelen en overwegingen als opgenomen in het in zoverre bevestigde vonnis van de rechtbank.

Oplegging van straf

De rechtbank Amsterdam heeft de verdachte voor het in eerste aanleg bewezen verklaarde veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 12 weken, met aftrek van voorarrest.
De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte voor het ten laste gelegde zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 10 weken, met aftrek van voorarrest.
Het hof heeft in hoger beroep de op te leggen straf bepaald op grond van de ernst van het feit en de omstandigheden waaronder dit is begaan en gelet op de persoon van de verdachte. Het hof heeft daarbij in het bijzonder het volgende in beschouwing genomen.
De verdachte heeft zich samen met twee anderen schuldig gemaakt aan een bedrijfsinbraak in een pizzeria, waarbij zij onder andere een kluis met inhoud, sleutels en telefoons hebben weggenomen. Daarbij hebben zij een grote ravage achtergelaten en forse schade veroorzaakt. Door dit alles hebben de verdachte en zijn medeverdachten veel frustratie en ongemak bezorgd aan de gedupeerde ondernemer, die aan het opruimen van de ontstane chaos en de verdere afhandeling van de inbraak de nodige tijd kwijt moet zijn geweest. Met hun handelwijze hebben de verdachte en zijn medeverdachten er blijk van gegeven geen enkel respect te hebben voor de eigendommen van een ander. Meer in het algemeen veroorzaken dergelijke misdrijven in de samenleving gevoelens van onrust en onveiligheid.
Bij de strafoplegging heeft het hof tevens acht geslagen op de LOVS-oriëntatiepunten en de straffen die in de zaken van de medeverdachten zijn opgelegd.
Tot slot heeft het hof acht geslagen op een de verdachte betreffend uittreksel uit de Justitiële Documentatie van 24 juli 2018, waaruit blijkt dat hij eerder meerdere malen voor gekwalificeerde vermogensdelicten is veroordeeld.
Het hof acht, alles afwegende, een gevangenisstraf van na te melden duur passend en geboden.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

De op te leggen straf is gegrond op artikel 311 van Pro het Wetboek van Strafrecht.
Deze wettelijke voorschriften worden toegepast zoals geldend ten tijde van het bewezen verklaarde.

BESLISSING

Het hof:
Vernietigt het vonnis waarvan beroep ten aanzien van de opgelegde straf en doet in zoverre opnieuw recht.
Veroordeelt de verdachte tot een
gevangenisstrafvoor de duur van
10 (tien) weken.
Beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 27, eerste lid, of artikel 27a van het Wetboek van Strafrecht bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.
Bevestigt het vonnis waarvan beroep voor het overige, met inachtneming van het hiervoor overwogene.
Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. M.M.H.P. Houben, mr. W.F. Groos en mr. I.M.H. van Asperen de Boer-Delescen, in tegenwoordigheid van mr. K. Sarghandoy, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 8 augustus 2018.