In hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter te Amsterdam van 1 maart 2018 is vastgesteld dat de politierechter ten onrechte aan een verstekbehandeling ten gronde was toegekomen. De verdachte was niet aanwezig, maar zijn raadsman was wel tijdig in het gerechtsgebouw aanwezig, echter door een miscommunicatie verkeerde deze in de verkeerde zittingszaal. Hierdoor was de raadsman niet tijdig bij de juiste zitting aanwezig.
Het hof overweegt dat op grond van artikel 423, eerste lid, Wetboek van Strafvordering, het hof in beginsel het vonnis vernietigt en zelf een nieuwe beslissing neemt, maar in uitzonderlijke gevallen terugwijzing naar de eerste rechter mogelijk is. Dit is het geval wanneer een kernpersoon bij het onderzoek ter terechtzitting niet op juiste wijze is geïnformeerd en daardoor niet aanwezig was.
Gezien de omstandigheden acht het hof de verstekbehandeling onrechtmatig en wijst de zaak terug naar de politierechter in de rechtbank Amsterdam om met inachtneming van dit arrest opnieuw recht te doen. Het arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam op 27 augustus 2018.