Uitspraak
artikel 509avan het Wetboek van Strafvordering betreffende de verdachte:
[adres 2].
Gerechtshof Amsterdam
De verdachte was in eerste aanleg veroordeeld voor mishandeling, belaging en bedreiging tot een voorwaardelijke gevangenisstraf en een taakstraf. Tegen dit vonnis stelde hij hoger beroep in. Tijdens de terechtzitting in hoger beroep op 13 april 2018 was de verdachte niet aanwezig.
Het hof overwoog op grond van artikel 509a Sv dat vermoed wordt dat de geestvermogens van de verdachte zodanig gebrekkig ontwikkeld of ziekelijk gestoord zijn dat hij niet in staat is zijn belangen behoorlijk te behartigen in het strafproces. De advocaat-generaal onderschreef dit standpunt.
Het hof verklaarde ambtshalve deze vermoedens en besloot dat de bijzondere regels voor berechting volgens artikel 509a Sv van toepassing zijn ter waarborging van een behoorlijke belangenbehartiging van de verdachte. De beslissing werd onverwijld aan de verdachte betekend.
Uitkomst: Het hof verklaart ambtshalve dat de geestvermogens van de verdachte gebrekkig zijn en dat hij zijn belangen niet behoorlijk kan behartigen.