ECLI:NL:GHAMS:2018:3305

Gerechtshof Amsterdam

Datum uitspraak
13 april 2018
Publicatiedatum
12 september 2018
Zaaknummer
23-002406-17
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 509a Sv
Verwijzingen
2 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Ambtshalve beslissing over gebrekkige geestvermogens verdachte in hoger beroep mishandeling

De verdachte was in eerste aanleg veroordeeld voor mishandeling, belaging en bedreiging tot een voorwaardelijke gevangenisstraf en een taakstraf. Tegen dit vonnis stelde hij hoger beroep in. Tijdens de terechtzitting in hoger beroep op 13 april 2018 was de verdachte niet aanwezig.

Het hof overwoog op grond van artikel 509a Sv dat vermoed wordt dat de geestvermogens van de verdachte zodanig gebrekkig ontwikkeld of ziekelijk gestoord zijn dat hij niet in staat is zijn belangen behoorlijk te behartigen in het strafproces. De advocaat-generaal onderschreef dit standpunt.

Het hof verklaarde ambtshalve deze vermoedens en besloot dat de bijzondere regels voor berechting volgens artikel 509a Sv van toepassing zijn ter waarborging van een behoorlijke belangenbehartiging van de verdachte. De beslissing werd onverwijld aan de verdachte betekend.

Uitkomst: Het hof verklaart ambtshalve dat de geestvermogens van de verdachte gebrekkig zijn en dat hij zijn belangen niet behoorlijk kan behartigen.

Uitspraak

beslissing
GERECHTSHOF AMSTERDAM
Parketnummer in hoger beroep: 23-002406-17
Ambtshalve beslissing op grond van
artikel 509avan het Wetboek van Strafvordering betreffende de verdachte:
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1985,
adres: [adres 1],
postadres:
[adres 2].

1.Het procesverloop

Bij vonnis van de politierechter in de rechtbank Noord-Holland van 10 januari 2017 is de verdachte ter zake van mishandeling, belaging en bedreiging veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 2 maanden voorwaardelijk met aftrek van voorarrest en met een proeftijd van 2 jaren en tot een taakstraf van 40 uren, te vervangen door 20 dagen hechtenis.
De verdachte heeft tegen dit vonnis hoger beroep ingesteld.
Het onderzoek ter terechtzitting vond plaats op 13 april 2018. Aanwezig was de advocaat-generaal
mr. M.M. Steinmetz. De verdachte was ter terechtzitting niet aanwezig.

2.De beoordeling

Het hof overweegt als volgt.
Op de voet van art. 509a Sv zal het gerechtshof, indien vermoed wordt dat de geestvermogens van de verdachte gebrekkig ontwikkeld of ziekelijk gestoord zijn en dat hij ten gevolge daarvan niet in staat is zijn belangen behoorlijk te behartigen, zulks verklaren en treden vervolgens de voor die situatie geschreven bijzondere regels voor berechting in werking ter waarborging van een behoorlijke belangenbehartiging.
Op de terechtzitting in hoger beroep van 13 april 2018 is de mogelijke toepassing van artikel 509a Sv aan de orde geweest. De advocaat-generaal heeft zich op het standpunt gesteld dat toepassing dient te worden gegeven aan artikel 509a Sv.
Het hof vermoedt op grond van de stukken in het procesdossier dat de geestvermogens van de verdachte zodanig gebrekkig ontwikkeld of ziekelijk gestoord zijn, dat hij ten gevolge daarvan niet in staat is zijn belangen in het strafproces behoorlijk te behartigen. Het hof ziet, gelet op het vorenoverwogene, in de afwezigheid van de verdachte ter terechtzitting van heden geen beletsel om zulks bij beslissing te verklaren.

3.Beslissing

Het hof:
- verklaart dat vermoed wordt dat de geestvermogens van de verdachte zodanig gebrekkig ontwikkeld of ziekelijk gestoord zijn dat hij ten gevolge daarvan niet in staat is zijn belangen behoorlijk te behartigen;
- beveelt de onverwijlde betekening van deze beslissing aan de verdachte.
Deze beslissing is genomen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mrs. M.F.J.M. de Werd, M.M. van der Nat en M.L. Leenaers, in tegenwoordigheid van mr. F. van den Brink als griffier en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 13 april 2018.