ECLI:NL:GHAMS:2018:337
Gerechtshof Amsterdam
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Beëindiging ouderlijk gezag wegens belang van het kind bij continuïteit opvoedsituatie
De moeder is in hoger beroep gekomen tegen de beschikking van de kinderrechter die haar het ouderlijk gezag over haar dochter heeft ontnomen. De minderjarige is sinds 2009 uit huis geplaatst en verblijft sinds 2010 bij pleegouders. De omgang tussen moeder en kind is onregelmatig en de moeder kon onvoldoende stabiliteit bieden.
Het hof overweegt dat de moeder niet binnen een aanvaardbare termijn in staat is om de verzorging en opvoeding van de minderjarige op zich te nemen. De langdurige uithuisplaatsing en de positieve ontwikkeling van het kind in het pleeggezin maken een terugkeer naar de moeder onwaarschijnlijk. Het belang van het kind bij continuïteit en duidelijkheid over het toekomstperspectief weegt zwaarder dan het belang van de moeder om betrokken te blijven bij gezagsbeslissingen.
Het hof bekrachtigt daarom de beslissing tot beëindiging van het ouderlijk gezag en benadrukt het belang van contact en omgang tussen moeder en kind, waarbij een mogelijke uitbreiding van de omgangsregeling wordt onderzocht.
Uitkomst: Het gerechtshof bekrachtigt de beëindiging van het ouderlijk gezag van de moeder over de minderjarige vanwege het belang van het kind bij continuïteit en stabiliteit.