ECLI:NL:GHAMS:2018:3553
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep opzettelijk aanwezig hebben van cocaïne zonder oplegging straf
In hoger beroep is het vonnis van de politierechter vernietigd omdat het hof tot een andere beoordeling van de feiten is gekomen. De verdachte had op 23 november 2017 te Amsterdam ongeveer 2,94 gram cocaïne opzettelijk aanwezig, al was dit gedurende zeer korte tijd. De verdediging stelde dat de verdachte het zakje alleen oppakte uit nieuwsgierigheid en het direct daarna weggooide, waardoor geen sprake zou zijn van opzettelijk aanwezig hebben.
Het hof kon deze verklaring niet uitsluiten, maar oordeelde dat het feit dat verdachte het zakje met drugs zag en oppakte, wel degelijk duidt op opzet. Het hof achtte het bewezen dat verdachte de drugs opzettelijk aanwezig had, maar gezien de korte duur en het feit dat verdachte het zakje direct wilde en daadwerkelijk weggooide, werd besloten geen straf of maatregel op te leggen.
De politierechter had een geldboete van €500 opgelegd, maar het hof besloot daarvan af te zien en maakte gebruik van artikel 9a Wetboek van Strafrecht, gezien de omstandigheden en het ontbreken van eerdere veroordelingen. Het arrest werd gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam op 3 oktober 2018.
Uitkomst: Verdachte wordt bewezen verklaard opzettelijk ongeveer 2,94 gram cocaïne aanwezig te hebben gehad, maar het hof legt geen straf of maatregel op.