Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
1.Het verloop van het geding in eerste aanleg
2.Het geding in hoger beroep
3.De feiten
4.De omvang van het geschil
- één middag in de week, gedurende een maand;
- vervolgens één dag in de week van 10.00 tot 16.00 uur.
Gerechtshof Amsterdam
De ouders hadden een relatie van oktober 2013 tot juli 2015 waaruit een minderjarige is geboren. Na het uiteengaan verblijft het kind bij de moeder, met gezamenlijk gezag. De vader verzocht om een zorgregeling waarbij hij omgang met het kind zou hebben, maar dit verzoek werd afgewezen.
De zaak liep bijna drie jaar en de GI (gecertificeerde instelling) begeleidde het proces. Er waren diverse hulpverleningspogingen, waaronder het traject Signs of Safety en gesprekken bij Altra, maar deze kwamen niet van de grond. De moeder had angsten en trauma's die eerst behandeld moesten worden, en de vader verzette zich tegen video-opnames die noodzakelijk werden geacht voor omgangsbegeleiding.
Het hof oordeelde dat het belang van het kind voorop staat en dat de belemmeringen eerst weggenomen moeten worden voordat contact kan worden opgestart. Het vaststellen van een zorgregeling op dit moment zou in strijd zijn met het belang van het kind. Het hof bekrachtigde daarom de eerdere beschikking en wees het verzoek van de vader af, met de mogelijkheid om bij gewijzigde omstandigheden opnieuw een verzoek in te dienen.
Uitkomst: Het verzoek van de vader tot vaststelling van een zorgregeling en omgangsregeling wordt afgewezen vanwege belemmeringen en het belang van het kind.