Uitspraak
mr. A. M. Koopmante Alkmaar,
mr. Th. C. J. Kaandorpte Alkmaar.
Gerechtshof Amsterdam
Partijen zijn gewezen echtgenoten die in 1987 zijn gescheiden. Bij arrest van het hof Den Haag in 1997 is de vrouw veroordeeld tot betaling van een bedrag wegens verspilling aan de gemeenschap van goederen, vermeerderd met wettelijke rente. De man legde in 2014 en 2015 executoriaal derdenbeslag onder pensioenfonds en de Sociale Verzekeringsbank vanwege niet-nakoming.
De vrouw vorderde in kort geding opheffing van het beslag en staking van de executie per 1 januari 2018. De voorzieningenrechter hief het beslag op voor zover het het bedrag van € 86,81 te boven ging en beval staking van de executie na incasso van dat bedrag. De man ging in hoger beroep tegen deze beslissing.
Het hof oordeelde dat de voorzieningenrechter ten onrechte alle wettelijke rente buiten beschouwing liet vanwege verjaring, omdat stuitingshandelingen vanaf 2013 wel hebben plaatsgevonden. Ook was verrekening van pensioenrechten onterecht omdat partijen ieder hun eigen pensioen ontvingen en geen duidelijke afspraak over verrekening bestond.
Het hof vernietigde het vonnis van de voorzieningenrechter voor zover het de vorderingen van de vrouw toewijst en wees deze af. De opheffing van beslag boven € 86,81 bleef gehandhaafd en de man werd bevolen de executie te staken na incasso van dit bedrag. De proceskosten in hoger beroep werden gecompenseerd.
Uitkomst: Het hof wijst de vorderingen van de vrouw af, bevestigt de opheffing van beslag boven € 86,81 en beveelt de man de executie te staken na incasso van dat bedrag.