ECLI:NL:GHAMS:2018:3647
Gerechtshof Amsterdam
- Raadkamer
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen afwijzing voorlopige hechtenis wegens verdenking mensenhandel minderjarige
In deze zaak heeft het gerechtshof Amsterdam op 19 september 2018 uitspraak gedaan in het hoger beroep van de officier van justitie tegen de beschikking van de rechtbank Amsterdam van 20 augustus 2018. De rechtbank had de vordering tot gevangenhouding van de verdachte afgewezen en het bevel tot voorlopige hechtenis opgeheven.
Het hof heeft kennisgenomen van de stukken en gehoord de advocaat-generaal en de raadsman van de verdachte. Het hof oordeelt dat er ernstige bezwaren zijn dat de verdachte een kwetsbare minderjarige heeft betrokken bij straatbedelen, hetgeen ernstige bezwaren oplevert voor mensenhandel. Daarnaast is vastgesteld dat de verdachte geen vaste woon- of verblijfplaats in Nederland heeft en door Europa reist.
Gelet op deze omstandigheden acht het hof het vluchtgevaar aanwezig, omdat de vrees gerechtvaardigd is dat de verdachte zich aan berechting zal onttrekken. Daarom vernietigt het hof de beschikking van de rechtbank en wijst het de vordering tot gevangenhouding toe voor de duur van 90 dagen.
Uitkomst: De vordering tot gevangenhouding van de verdachte wordt toegewezen voor de duur van 90 dagen wegens ernstige bezwaren van mensenhandel en vluchtgevaar.