ECLI:NL:GHAMS:2018:3651
Gerechtshof Amsterdam
- Raadkamer
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot schorsing voorlopige hechtenis wegens onvoldoende belangen
In deze zaak heeft het gerechtshof Amsterdam het hoger beroep behandeld tegen de beschikking van de rechtbank Amsterdam waarin het bevel tot verlenging van de voorlopige hechtenis van verdachte werd bevestigd en het verzoek tot schorsing werd afgewezen.
Het hof heeft de stukken en de gronden van de rechtbank bestudeerd en heeft de advocaat-generaal en de verdachte gehoord. Het hof sluit zich aan bij de motieven van de rechtbank en oordeelt dat het belang van de verdachte bij invrijheidstelling niet opweegt tegen de maatschappelijke veiligheidsbelangen.
Daarnaast is geoordeeld dat het feit dat een medeverdachte recentelijk wel schorsing van voorlopige hechtenis kreeg, niet leidt tot een schending van het gelijkheidsbeginsel, omdat er onvoldoende sprake is van rechtens relevante gelijke gevallen.
Het beroep wordt daarom afgewezen en de voorlopige hechtenis wordt verlengd zoals door de rechtbank bepaald.
Uitkomst: Het hof wijst het verzoek tot schorsing van de voorlopige hechtenis af en verlengt de gevangenhouding van verdachte.