ECLI:NL:GHAMS:2018:3679
Gerechtshof Amsterdam
- Raadkamer
- M. Iedema
- J.L. Bruinsma
- H.F. van Kregten
- Rechtspraak.nl
Afwijzing hoger beroep en schorsingsverzoek voorlopige hechtenis wegens ernstig feit
Het Gerechtshof Amsterdam behandelde het hoger beroep van verdachte tegen de beschikking van de rechtbank Noord-Holland inzake het bevel tot voorlopige hechtenis. De zaak betrof een ernstig feit waarbij het hof zich aansloot bij de eerdere beoordeling van de rechtbank Amsterdam.
De verdediging voerde onder meer aan dat het DNA-onderzoek en de processen-verbaal van herkenning nader onderzocht moesten worden, maar het hof oordeelde dat deze punten bij de inhoudelijke behandeling aan de orde kunnen komen. Er was geen sprake van onvoldoende of ondeugdelijk bewijs op voorhand.
Daarnaast deed de verdachte een mondeling verzoek tot schorsing van de voorlopige hechtenis, maar het hof stelde dat vanwege de ernst van het feit en de geschokte rechtsorde alleen bij zeer bijzondere persoonlijke omstandigheden schorsing mogelijk is. Deze omstandigheden waren niet aanwezig, zodat het verzoek werd afgewezen.
Het hof bevestigde daarmee de bestreden beschikking en wees zowel het hoger beroep als het schorsingsverzoek af.
Uitkomst: Het hoger beroep en het verzoek tot schorsing van de voorlopige hechtenis zijn afgewezen.