ECLI:NL:GHAMS:2018:3736
Gerechtshof Amsterdam
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Wijziging kinderalimentatie met terugwerkende kracht en terugbetalingsoverweging
Partijen zijn in hoger beroep gekomen tegen een beschikking inzake de wijziging van de kinderalimentatie voor twee kinderen uit een eerdere relatie. Het geschil betreft onder meer de ingangsdatum van de wijziging, de draagkracht van de man met betrekking tot zijn andere kinderen, en de toepassing van een zorgkorting.
Het hof bevestigt dat er sprake is van gewijzigde omstandigheden die een herbeoordeling van de onderhoudsbijdrage rechtvaardigen. De ingangsdatum van de wijziging wordt vastgesteld op 1 maart 2015, mede gelet op eerdere mondelinge afspraken en het feit dat de vrouw vanaf dat moment via het LBIO hogere bedragen heeft gevorderd. De behoefte van de kinderen wordt vastgesteld op €350 per kind per maand, en de draagkracht van de man wordt vastgesteld zonder rekening te houden met het kindgebonden budget voor een ander kind waar hij geen recht op heeft.
De omgangsregeling leidt tot een zorgkorting van 15%. De onderhoudsbijdrage wordt vastgesteld op €47 per kind per maand van 1 maart 2015 tot 30 september 2016, €38 per kind per maand van 30 september 2016 tot 1 april 2018, en €24 per kind per maand vanaf 1 april 2018. Het hof bepaalt dat de vrouw in redelijkheid de helft van de te veel betaalde kinderalimentatie aan de man moet terugbetalen, gezien haar inkomen, zorg voor de kinderen en schulden.
De beschikking van de rechtbank wordt vernietigd en opnieuw vastgesteld conform deze bepalingen. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Uitkomst: De kinderalimentatie wordt gewijzigd met ingang van 1 maart 2015 en de vrouw moet de helft van de te veel betaalde alimentatie terugbetalen.