Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:GHAMS:2018:3933

Gerechtshof Amsterdam

Datum uitspraak
24 oktober 2018
Publicatiedatum
26 oktober 2018
Zaaknummer
15/031580-18 en 15/170362018
Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Raadkamer
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 67a Sv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek tot opheffing en schorsing voorlopige hechtenis ondanks mogelijke psychische problematiek

Het Gerechtshof Amsterdam behandelde het hoger beroep van verdachte tegen de beslissing van de rechtbank Noord-Holland, locatie Haarlem, die het verzoek tot opheffing van de voorlopige hechtenis had afgewezen. De raadsman van de verdachte had tevens een verzoek tot schorsing van de voorlopige hechtenis ingediend.

Het hof heeft de stukken bestudeerd en gehoord de advocaat-generaal en de raadsman van de verdachte. Hoewel het aannemelijk lijkt dat psychische problematiek een rol speelt bij de feiten waarvoor de verdachte in voorlopige hechtenis is genomen, ontbreekt een duidelijke diagnostiek. Hierdoor is het volgens het hof niet mogelijk om te beoordelen of de situatie voldoet aan de voorwaarden van artikel 67a, derde lid, Sv.

Het hof concludeert dat schorsing van de voorlopige hechtenis niet verantwoord is zolang er onvoldoende inzicht is in de psychische problematiek en het recidivegevaar. Het hoger beroep en het verzoek tot schorsing worden daarom afgewezen.

Uitkomst: Het hof wijst het hoger beroep en het verzoek tot schorsing van de voorlopige hechtenis af vanwege onvoldoende inzicht in psychische problematiek en recidivegevaar.

Uitspraak

15/031580-18 (15/170362-18 ttz gev)
GERECHTSHOF AMSTERDAM,
MEERVOUDIGE STRAFKAMER, RAADKAMER
BESCHIKKINGin raadkamer op het hoger beroep in de zaak van
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1992,
wonende te [adres],
thans verblijvende in het huis van bewaring PI Limburg Zuid - De Geerhorst,
tegen de beslissing van de rechtbank Noord-Holland, locatie Haarlem van 25 september 2018, voor zover houdende afwijzing van het verzoek tot opheffing van de voorlopige hechtenis van de verdachte. In raadkamer heeft de raadsman van de verdachte nader toegelicht dat het hoger beroep zich ook richt tegen het op dezelfde terechtzitting gegeven bevel gevangenneming ter zake van het feit met parketnummer 15/170362-18.

De feiten en de rechtsgang

Het hof heeft kennis genomen van de akte van de griffier van de rechtbank Noord-Holland, locatie Haarlem van 28 september 2018, waarbij namens de verdachte hoger beroep is ingesteld tegen voormelde beslissing van die rechtbank.
Het hof heeft gezien de beslissing waarvan beroep en heeft kennis genomen van de stukken betrekking hebbend op de voorlopige hechtenis van de verdachte en heeft gehoord de advocaat-generaal en de raadsman van de verdachte, mr. M.M.J. Nuijten.
Bij de behandeling in raadkamer heeft de raadsman namens de verdachte een mondeling schorsingsverzoek gedaan.

De beoordeling

Het hof verenigt zich met de beslissing waarvan beroep, voor zover aan het oordeel van het hof onderworpen, en de gronden waarop deze berust.
Op grond van de zich in het dossier bevindende stukken lijkt het aannemelijk dat bij de feiten waarvoor de verdachte zich in voorlopige hechtenis bevindt (psychische) problematiek een rol heeft gespeeld. Bij het ontbreken van een duidelijke diagnostiek is het hof van oordeel dat een situatie als bedoeld in artikel 67a, derde lid, Sv zich thans nog niet voordoet.
Het vorenstaande betekent ook dat schorsing van de voorlopige hechtenis niet verantwoord is zolang er onvoldoende inzicht is in bovengenoemde (psychische) problematiek. Niet is dan namelijk vast te stellen of het duidelijk aanwezige recidivegevaar voldoende door het stellen van schorsingsvoorwaarden kan worden ingeperkt.
15/031580-18 (15/170362-18 ttz gev)

De beslissing

Het hof:
WIJST AF het beroep tegen de bestreden beslissing, voor zover aan het oordeel van het hof onderworpen.
WIJST AF het verzoek tot schorsing van de voorlopige hechtenis.
Deze beschikking is gegeven op 24 oktober 2018 in raadkamer van dit hof door
mr. J.L. Bruinsma, voorzitter,
mrs. P.F.E. Geerlings en D.J.P. van Barneveld, raadsheren,
in tegenwoordigheid van mr. D. Boessenkool als griffier.
De advocaat-generaal bij dit gerechtshof brengt vorenstaande beschikking ter kennis van de verdachte.
Amsterdam, 24 oktober 2018,
de advocaat-generaal