ECLI:NL:GHAMS:2018:3934
Gerechtshof Amsterdam
- Raadkamer
- Rechtspraak.nl
Afwijzing hoger beroep en schorsingsverzoek voorlopige hechtenis wegens vluchtgevaar
Het gerechtshof Amsterdam heeft op 24 oktober 2018 uitspraak gedaan in het hoger beroep tegen de beschikking van de rechtbank Amsterdam van 8 oktober 2018, waarin het bevel tot gevangenhouding van verdachte werd bevestigd.
De verdachte, zonder vaste woon- of verblijfplaats in Nederland en verblijvend in de PI Rijnmond te Rotterdam, had hoger beroep ingesteld tegen de voorlopige hechtenis en tevens een mondeling verzoek tot schorsing van deze hechtenis ingediend.
Het hof heeft zich aangesloten bij de gronden van de rechtbank en de rechter-commissaris, waarbij werd vastgesteld dat er geen sprake is van een noodweer(exces)-situatie die strafvermindering zou rechtvaardigen. Gezien het ontbreken van een vaste verblijfplaats en legale verblijfsstatus acht het hof het vluchtgevaar aanwezig. Ook de geschokte rechtsorde rechtvaardigt voortzetting van de voorlopige hechtenis, tenzij uitzonderlijke zwaarwegende persoonlijke belangen van verdachte dit zouden rechtvaardigen, wat niet is gebleken.
Daarom wees het hof zowel het hoger beroep als het verzoek tot schorsing van de voorlopige hechtenis af.
Uitkomst: Het hof wijst het hoger beroep en het verzoek tot schorsing van de voorlopige hechtenis af vanwege vluchtgevaar en geschokte rechtsorde.