ECLI:NL:GHAMS:2018:3972
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- A.M. van Amsterdam
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid verdachte in hoger beroep wegens ontbreken grieven en verschijning
In deze zaak heeft het gerechtshof Amsterdam op 19 oktober 2018 uitspraak gedaan over de ontvankelijkheid van de verdachte in het hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter van 8 december 2017. De verdachte en diens raadsman zijn niet verschenen tijdens de terechtzitting van 5 oktober 2018 en hebben geen schriftelijke of mondelinge grieven tegen het vonnis ingediend.
Het hof heeft vastgesteld dat er geen rechtens te respecteren belang is bij het voortzetten van het hoger beroep. Op grond van artikel 416, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering verklaart het hof de verdachte niet-ontvankelijk in het hoger beroep. De beslissing is genomen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarbij slechts één rechter het arrest heeft ondertekend.
Deze uitspraak betekent dat het hoger beroep van de verdachte niet-ontvankelijk is verklaard en het vonnis van de politierechter daarmee in stand blijft. De procedure is hiermee beëindigd zonder inhoudelijke behandeling van het hoger beroep.
Uitkomst: Verdachte is niet-ontvankelijk verklaard in het hoger beroep wegens ontbreken van grieven en verschijning.