ECLI:NL:GHAMS:2018:4071
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- P. Greve
- H.M.J. Quaedvlieg
- B.A.A. Postma
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens onvoldoende bewijs van rijden onder invloed
De verdachte werd ten laste gelegd dat zij op 26 februari 2017 in Castricum een voertuig bestuurde onder invloed van alcohol met een ademalcoholgehalte hoger dan toegestaan. Tijdens de nacht was zij samen met haar partner in de auto aanwezig. De politie verklaarde een vrouw als bestuurder te hebben gezien, maar kon niet met zekerheid zeggen dat dit de verdachte was. De verdachte ontkende bestuurder te zijn geweest en haar partner bevestigde dat hij had gereden, ondanks dat hij onder invloed was en geen rijbewijs had.
De politieambtenaren zagen de auto in het donker staan en zagen de verdachte naast het voertuig en haar partner op de bestuurdersstoel. Zij vroegen het rijbewijs aan de partner en namen bij hem de ademanalyse af. Gezien de omstandigheden en de waarnemingen in het donker kon het hof niet uitsluiten dat de politie zich had vergist in hun waarneming.
Het hof vernietigde het vonnis van de politierechter en sprak de verdachte vrij wegens onvoldoende bewijs dat zij de auto bestuurde. Ook werd de eerder uitgevaardigde strafbeschikking vernietigd. De verdachte werd dus vrijgesproken van het ten laste gelegde rijden onder invloed.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens onvoldoende bewijs dat zij de auto bestuurde onder invloed.