Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
1.Het geding in hoger beroep
2.Feiten
3.Beoordeling
Floralis Termijnfonds2004
.
Gerechtshof Amsterdam
Appellant investeerde in het NovaCap Floralis Termijnfonds 2004, gefinancierd door krediet van Deutsche Bank, rechtsopvolger van HBU. Hij stelde dat de bank onrechtmatig handelde door krediet te verstrekken zonder voldoende onderzoek naar risico's en door misleidende mededelingen, en vorderde schadevergoeding.
Het hof oordeelde dat appellant onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat de bank een rol heeft gespeeld bij zijn beleggingsbeslissing of dat er een causaal verband bestaat tussen het handelen van de bank en zijn schade. Uit e-mailcorrespondentie bleek dat appellant zelf initiatief nam en dat de bank niet actief heeft gepromoot.
Verder faalden de grieven over het ontbreken van onderzoek door de bank naar het inkomen van appellant en over vermeende fraude bij het fonds. Het hof vond dat de bank geen bijzondere zorgplicht had die verder ging dan haar rol als kredietverstrekker. Ook de stellingen over onrechtmatige bemoeienis met uitbetalingen werden verworpen, mede omdat appellant via zijn vennootschap GTI juist profiteerde van uitbetalingen.
De bewijsaanbiedingen van appellant werden gepasseerd wegens onvoldoende onderbouwing. Het hof veroordeelde appellant in de kosten van het hoger beroep en verklaarde het vonnis uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis van de rechtbank en wijst de vorderingen van appellant af.