ECLI:NL:GHAMS:2018:4229

Gerechtshof Amsterdam

Datum uitspraak
2 november 2018
Publicatiedatum
20 november 2018
Zaaknummer
23-000260-18
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 63 SrArtikel 422 Wetboek van Strafvordering
Verwijzingen
2 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging vonnis politierechter in hoger beroep met toepassing art. 63 Sr

Het gerechtshof Amsterdam behandelde het hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter in Amsterdam van 17 januari 2018, waarbij verdachte werd veroordeeld onder parketnummer 13-701069-18. Het hoger beroep werd ingesteld door de raadsman van verdachte en behandeld tijdens de terechtzitting van 19 oktober 2018.

De advocaat-generaal vorderde bevestiging van het vonnis. Het hof heeft het vonnis van de politierechter volledig overgenomen en bevestigd, met de kanttekening dat bij de strafoplegging in hoger beroep rekening is gehouden met artikel 63 van Pro het Wetboek van Strafrecht. Deze toepassing leidde echter niet tot een wijziging van de opgelegde straf.

Het arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam en uitgesproken op 2 november 2018. Een van de rechters was niet in staat het arrest te ondertekenen, maar dit heeft geen gevolgen voor de geldigheid van het arrest.

Uitkomst: Het hof bevestigt het vonnis van de politierechter zonder wijziging, met inachtneming van artikel 63 Sr.

Uitspraak

Afdeling strafrecht
Parketnummer: 23-000260-18
Datum uitspraak: 2 november 2018
TEGENSPRAAK (gemachtigd raadsman)
Arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Amsterdam van 17 januari 2018 in de strafzaak onder parketnummer 13-701069-18 tegen:
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1969,
adres: [adres].

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 19 oktober 2018 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg.
Namens de verdachte is tegen voormeld vonnis hoger beroep ingesteld.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door de raadsman naar voren is gebracht.
De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof het vonnis waarvan beroep zal bevestigen.

Vonnis waarvan beroep

Het hof verenigt zich met het vonnis waarvan beroep en zal dit derhalve bevestigen met dien verstande dat het hof bij de oplegging van de straf in hoger beroep acht heeft geslagen op het bepaalde in artikel 63 van Pro het Wetboek van Strafrecht, hetgeen niet resulteert in een andere straf.

BESLISSING

Het hof:
Bevestigt het vonnis waarvan beroep met inachtneming van het hiervoor overwogene.
Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. M. Iedema, mr. J.H.C. van Ginhoven en mr. M.B. de Wit, in tegenwoordigheid van S. Vriend, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 2 november 2018.
Mr. M.B. de Wit is buiten staat dit arrest te ondertekenen.
[…]