ECLI:NL:GHAMS:2018:4233
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid verdachte in hoger beroep wegens ontbreken grieven en verschijning
In deze strafzaak heeft het gerechtshof Amsterdam op 2 november 2018 uitspraak gedaan over de ontvankelijkheid van de verdachte in hoger beroep. De verdachte was niet verschenen bij de terechtzitting en zijn raadsman gaf aan niet gemachtigd te zijn tot verdediging. Tevens waren geen schriftelijke of mondelinge grieven ingediend tegen het vonnis van de politierechter.
Het hof heeft vastgesteld dat er geen rechtens te respecteren belang is bij het doen van onderzoek in hoger beroep. Op grond van artikel 416, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering werd de verdachte daarom niet-ontvankelijk verklaard in het hoger beroep.
De uitspraak betreft een verstekarrest waarbij het hof de niet-ontvankelijkheid uitspreekt zonder inhoudelijke beoordeling van de zaak. De meervoudige strafkamer bestond uit drie rechters, waarvan één niet in staat was mede te ondertekenen.
Deze beslissing betekent dat het vonnis van de politierechter van 13 november 2017 in stand blijft en dat het hoger beroep van de verdachte niet wordt behandeld.
Uitkomst: Verdachte is niet-ontvankelijk verklaard in het hoger beroep wegens ontbreken van grieven en niet-verschijnen.