Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
- [Y] (hierna te noemen: de vader), bijgestaan door mr. M. van Espen;
- [A] (hierna te noemen: [kind a] );
- [B] (hierna te noemen: [kind b] );
- [C] (hierna te noemen: [kind c] ).
Gerechtshof Amsterdam
In deze zaak gaat het om de verlenging van een machtiging tot uithuisplaatsing van drie minderjarige kinderen uit een gezin met complexe problematiek. De moeder is in hoger beroep gekomen tegen de beschikking van de rechtbank die de uithuisplaatsing verlengde tot 6 maart 2019. De moeder verzet zich tegen de uithuisplaatsing en verzoekt tevens om schorsing van de uitvoerbaarheid van de beschikking.
De kinderen zijn geboren tussen 2010 en 2014 en hebben allen te maken met medische en ontwikkelingsproblemen, waaronder de ziekte van Marfan bij twee kinderen en de vader. De ouders oefenen gezamenlijk het gezag uit. De kinderen verblijven momenteel bij pleeggezinnen en familieleden. De moeder woont bij haar moeder, die psychiatrische problemen heeft, en heeft geen eigen woning beschikbaar.
De gecertificeerde instelling (GI) heeft de moeder aangemeld voor een gezinsopname bij Beilen om haar opvoedcapaciteiten te onderzoeken, maar de moeder heeft de intake meerdere keren afgezegd en weigert haar relatie met haar vriend te verbreken, wat volgens de GI veiligheidsrisico's oplevert. De vader steunt de uithuisplaatsing en benadrukt de ongeschiktheid van de huidige woonsituatie van de moeder.
Het hof oordeelt dat de veiligheid van de kinderen bij de moeder onvoldoende is gewaarborgd en dat de uithuisplaatsing noodzakelijk blijft. De moeder houdt door haar gedrag de situatie in stand waardoor het onderzoek naar haar opvoedcapaciteiten niet kan plaatsvinden. Daarom wordt de bestreden beschikking bekrachtigd en het verzoek tot schorsing afgewezen.
Uitkomst: De machtiging tot uithuisplaatsing van de kinderen wordt verlengd en het verzoek tot schorsing van de uitvoerbaarheid afgewezen.