Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
1.Het verloop van het geding in eerste aanleg
2.Het geding in hoger beroep
- [de man] (hierna: de man), bijgestaan door mr. J.M. Neervoort;
- de vrouw, bijgestaan door mr. A.W. Hoogland.
Gerechtshof Amsterdam
In deze zaak is hoger beroep ingesteld door de bewindvoerder van de man tegen een beschikking van de rechtbank die een kinderbijdrage van €107 per kind per maand oplegde. De man staat onder bewind vanwege langdurige schulden en ontvangt een beperkt leefgeld. De vrouw vordert een hogere bijdrage gebaseerd op een hoger netto inkomen van de man.
Het hof stelt vast dat het netto inkomen van de man circa €1.498 per maand bedraagt, maar dat hij aanzienlijke schulden heeft en onder bewind staat. Gezien de financiële situatie en de verdeling van de draagkracht over twee gezinnen, acht het hof de man slechts in staat om een minimale bijdrage van €25 per maand per gezin te betalen. De aanvaardbaarheidstoets van de bewindvoerder wordt niet gevolgd vanwege onvoldoende onderbouwing.
Verder wordt geen zorgkorting toegekend omdat het contact van de man met de kinderen beperkt is en de minimale bijdrage niet wordt verminderd. De ingangsdatum van de bijdrage wordt vastgesteld op 30 juni 2017, de datum van indiening van het verzoek in eerste aanleg. Tot slot hoeft de vrouw geen terugbetaling te doen van bedragen die zij boven deze minimale bijdrage heeft ontvangen, gelet op haar eigen financiële situatie.
Het hof vernietigt de eerdere beschikking en wijst het beroep van de bewindvoerder op andere punten af. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: De man onder bewind moet vanaf 30 juni 2017 een minimale kinderbijdrage van €25 per maand betalen zonder zorgkorting.