ECLI:NL:GHAMS:2018:4454
Gerechtshof Amsterdam
- Beschikking
- A.V.T. de Bie
- M.F.G.H. Beckers
- W.K. van Duren
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep inzake vaststelling kinderalimentatie en behoefte minderjarige
Partijen hadden een relatie die in 2016 eindigde, waaruit een minderjarige is geboren die bij de vrouw woont. De vrouw is onder bewind gesteld wegens problematische schulden. De vrouw verzocht om een bijdrage van de man in de kosten van verzorging en opvoeding van het kind, maar de rechtbank wees dit af op basis van een berekening van de behoefte van het kind.
De vrouw kwam in hoger beroep en voerde aan dat de behoefte onjuist was vastgesteld omdat de man een hoger inkomen zou hebben dan opgegeven en dat partijen wel samenwoonden, wat de behoefte zou verhogen. Zij verzocht ook om inzage in de financiële administratie van de man op grond van artikel 843a Rv.
Het hof oordeelde dat partijen nooit in gezinsverband hebben samengewoond en dat de rechtbank de behoefte juist heeft berekend op basis van het inkomen van beide ouders. De vrouw had onvoldoende onderbouwd dat de man een hoger inkomen had. Het verzoek om inzage in financiële stukken werd afgewezen omdat de vrouw geen rechtmatig belang had. Het hof bekrachtigde de bestreden beschikking en wees het hoger beroep af.
Uitkomst: Het hof wijst het hoger beroep af en bekrachtigt de beschikking van de rechtbank die de alimentatieverplichting van de man afwijst.