ECLI:NL:GHAMS:2018:462
Gerechtshof Amsterdam
- Rekestprocedure
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen afwijzing verzoek vergoeding kosten rechtsbijstand in hennepkwekerijzaak
Appellante verzocht om vergoeding van kosten rechtsbijstand in verband met een strafzaak waarin haar zoon werd verdacht van hennepkweek in en rond hun woning. De strafzaak werd geseponeerd zonder oplegging van straf of maatregel. De rechtbank wees het verzoek tot vergoeding af met de motivering dat niet onmiskenbaar was dat geen straf zou worden opgelegd.
Het hof oordeelde dat deze motivering niet in lijn was met de jurisprudentie van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens omtrent de onschuldpresumptie en vernietigde daarom de beschikking. Het hof stelde echter vast dat appellante wist van de hennepkweek en dit heeft gedoogd, waardoor de kosten van rechtsbijstand voor haar risico blijven.
Daarom wees het hof het verzoek alsnog af. De beschikking werd onverwijld betekend aan appellante. De uitspraak werd gedaan door de meervoudige raadkamer van het Gerechtshof Amsterdam op 19 januari 2018.
Uitkomst: Het hof vernietigt de eerdere beschikking en wijst het verzoek tot vergoeding van kosten rechtsbijstand af.