ECLI:NL:GHAMS:2018:4866
Gerechtshof Amsterdam
- Beschikking
- A. van Haeringen
- H.A. van den Berg
- R.G. Kemmers
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep partneralimentatie na echtscheiding en nieuwe gezinssituatie
Partijen zijn in 2009 gehuwd en in 2015 gescheiden waarbij de man partneralimentatie aan de vrouw betaalde. Na de scheiding kreeg de vrouw twee kinderen met een andere man, met wie zij volgens de man een gemeenschappelijke huishouding voert. De man verzocht de beëindiging van zijn onderhoudsplicht op grond van artikel 1:160 BW Pro.
Het hof oordeelt dat de man onvoldoende heeft bewezen dat sprake is van een duurzame affectieve relatie met gemeenschappelijke huishouding tussen de vrouw en haar partner. De stellingen over samenwoning en verweven financiële huishouding zijn onvoldoende onderbouwd. De restrictieve uitleg van artikel 1:160 BW Pro leidt tot afwijzing van het verzoek.
Verder is vastgesteld dat de vrouw in staat is zelf in haar levensonderhoud te voorzien, gezien haar opleiding en werk als oproepkracht, ondanks haar lichamelijke klachten. De vrouw heeft onvoldoende inzicht gegeven in haar behoefte aan partneralimentatie. Het hof bekrachtigt daarom de beschikking waarbij de partneralimentatie niet wordt gewijzigd en wijst het verzoek tot terugbetaling van teveel betaalde alimentatie af.
Uitkomst: Het hof wijst het verzoek tot beëindiging van partneralimentatie af en bekrachtigt de bestaande alimentatieverplichting.