ECLI:NL:GHAMS:2018:5015
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens onvoldoende bewijs van belediging politieambtenaar
De verdachte werd in eerste aanleg veroordeeld voor het beledigen van een politieambtenaar tijdens diens rechtmatige taakuitoefening. De aangeefster, tevens politieambtenaar, deed aangifte bij een collega die ook getuige was. De feiten werden vastgelegd in een gezamenlijk proces-verbaal, maar deze verschilden van eerdere verklaringen en aangiften.
In hoger beroep heeft het hof het bewijs onderzocht en geconstateerd dat de feitelijke weergave van het incident niet eenduidig is. De verdachte ontkende stellig de tenlastelegging. Door deze onduidelijkheden kon het hof niet met de vereiste mate van zekerheid vaststellen dat de verdachte het strafbare feit heeft gepleegd.
Daarom vernietigde het hof het vonnis van de kinderrechter en sprak de verdachte vrij. Zowel de advocaat-generaal als de raadsman van de verdachte hadden vrijspraak gevorderd. Het arrest werd uitgesproken door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam op 4 oktober 2018.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens onvoldoende wettig en overtuigend bewijs van belediging.