ECLI:NL:GHAMS:2018:623
Gerechtshof Amsterdam
- Raadkamer
- I.M.H.P. van Asperen de Boer-Delescen
- G.M. Boekhoudt
- M. Senden
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek opheffing en schorsing voorlopige hechtenis wegens medische redenen
Het Gerechtshof Amsterdam heeft op 21 februari 2018 het verzoek van de verdachte tot opheffing dan wel schorsing van zijn voorlopige hechtenis behandeld. De verdachte was in voorlopige hechtenis geplaatst en verbleef in de Penitentiaire Inrichting Noord Holland Noord te Zwaag. De raadsman van de verdachte voerde aan dat de voorlopige hechtenis onrechtmatig was omdat de verdachte bij een eerdere pro forma zitting op 30 januari 2018 niet het laatste woord had gekregen, wat volgens hem in strijd zou zijn met artikel 311 lid 4 van Pro het Wetboek van Strafvordering.
Het hof oordeelde dat deze zitting slechts een pro forma zitting betrof waarbij de zaak niet inhoudelijk werd behandeld, en dat het ontbreken van het laatste woord op die zitting niet leidt tot nietigheid van de voorlopige hechtenis. Daarnaast nam het hof kennis van een medisch advies dat was ingewonnen door de penitentiaire inrichting. Hoewel er geen strafonderbreking werd besloten, werd wel incidenteel begeleid verlof toegestaan voor medisch onderzoek. Desondanks zag het hof geen reden om de voorlopige hechtenis te schorsen.
Het hof wees daarom zowel het verzoek tot opheffing als het verzoek tot schorsing van de voorlopige hechtenis af. De beschikking werd gegeven door de meervoudige strafkamer in raadkamer, met aanwezigheid van de advocaat-generaal die de beschikking aan de verdachte bekendmaakte.
Uitkomst: Het hof wijst het verzoek tot opheffing en schorsing van de voorlopige hechtenis af.