Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
1.Het verloop van het geding in eerste aanleg
2.Het geding in hoger beroep
3.De feiten
de manis het volgende gebleken.
de vrouwis het volgende gebleken.
Gerechtshof Amsterdam
Het gerechtshof Amsterdam behandelde het hoger beroep van de man tegen een beschikking van de rechtbank Noord-Holland waarin een bijdrage in de kosten van verzorging en opvoeding van de kinderen was vastgesteld op €25 per kind per maand. De man voerde aan dat hij geen draagkracht heeft vanwege zijn lage WIA-uitkering en schuldenlast, waardoor betaling van alimentatie hem onder de 90% van de bijstandsnorm zou brengen.
De vrouw betwistte het beroep op schulden, omdat de man niet in de WSNP zit en onvoldoende inzicht gaf in zijn schulden. Het hof stelde vast dat de netto WIA-uitkering van de man inclusief vakantiegeld lager is dan 90% van de toepasselijke bijstandsnorm. Hierdoor leidt het opleggen van een alimentatieverplichting tot een onaanvaardbare situatie.
Het hof vernietigde de beschikking van de rechtbank en stelde de bijdrage in de kinderalimentatie met ingang van 29 augustus 2016 op nihil. Tevens wees het hof het verzoek tot schorsing van de uitvoerbaarverklaring af, omdat het verzoek van de man daarmee zijn belang had verloren. De vrouw hoeft geen terugbetaling van eerder betaalde bedragen te doen gezien haar financiële situatie.
Uitkomst: De bijdrage van de man in de kosten van verzorging en opvoeding van de kinderen wordt met ingang van 29 augustus 2016 op nihil gesteld.