ECLI:NL:GHAMS:2018:733
Gerechtshof Amsterdam
- Raadkamer
- Rechtspraak.nl
Afwijzing hoger beroep tegen voorlopige hechtenis wegens ernstig recidivegevaar
Het gerechtshof Amsterdam behandelde het hoger beroep van verdachte tegen de beschikking van de rechtbank Amsterdam tot voorlopige hechtenis. De feiten waarop de inbewaringstelling is gebaseerd dateren van vóór de onherroepelijke veroordeling van november 2017, waardoor de kleine recidivegrond niet van toepassing is.
Het hof oordeelt dat gezien de aard en ernst van de feiten en het eerdere strafrechtelijk verleden van verdachte, ernstig rekening moet worden gehouden met het risico op herhaling van een misdrijf waarvoor een gevangenisstraf van zes jaren of meer staat. Persoonlijke omstandigheden van verdachte, zoals de ziekte van zijn vrouw en de zorg voor minderjarige kinderen, prevaleren niet boven het strafvorderlijk belang.
Het verzoek tot schorsing van de voorlopige hechtenis onder borgstelling wordt afgewezen. De verdachte ontkent betrokkenheid bij de feiten en geeft aan zwaar te lijden onder de situatie. De advocaat-generaal concludeert tot afwijzing van het beroep en het schorsingsverzoek, onderbouwd met herkenning op beeldmateriaal en het recidivegevaar.
Uitkomst: Het hof wijst het hoger beroep en het verzoek tot schorsing van de voorlopige hechtenis af vanwege ernstig recidivegevaar en de ernst van de feiten.