ECLI:NL:GHAMS:2018:791
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek opheffing voorlopige hechtenis wegens onvoldoende bewijs
Het gerechtshof Amsterdam heeft op 28 februari 2018 in raadkamer het verzoek van de verdachte tot opheffing van de voorlopige hechtenis behandeld. De raadsman van de verdachte stelde dat het vonnis van de rechtbank Amsterdam van 20 december 2017 op een evidente feitelijke of juridische misslag berust. Het hof volgde dit standpunt niet.
Het hof overwoog dat hoewel de bewijswaarde van de verschillende bewijsmiddelen nog onderwerp van discussie kan zijn, dit bij de inhoudelijke behandeling aan de orde komt en niet in de raadkamer. Er was geen sprake van een situatie waarin het dossier volstrekt onvoldoende of evident ondeugdelijk bewijsmateriaal bevat, zodat het vonnis in hoger beroep onherroepelijk zou sneuvelen.
Op grond hiervan is artikel 67a, derde lid, van het Wetboek van Strafvordering niet van toepassing. Het verzoek tot opheffing van de voorlopige hechtenis werd daarom afgewezen. De beschikking werd gegeven door de voorzitter en raadsheren van het hof, in aanwezigheid van de griffier.
Uitkomst: Het verzoek tot opheffing van de voorlopige hechtenis wordt afgewezen.