ECLI:NL:GHAMS:2018:795
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing hoger beroep tegen voorlopige hechtenis wegens vluchtgevaar
Het gerechtshof Amsterdam heeft op 7 maart 2018 het hoger beroep behandeld tegen de beschikking van de rechtbank Noord-Holland, locatie Haarlem, die een bevel tot gevangenhouding van verdachte bevatte. De verdachte, zonder vaste woon- of verblijfplaats in Nederland, verblijft tijdelijk in het huis van bewaring te Almere. Het hof heeft kennisgenomen van de stukken en gehoord de advocaat-generaal en de verdachte met zijn raadsman.
Het hof stelt vast dat de verdachte slechts naar Nederland is teruggekeerd voor medische behandeling van zijn jongste kind en geen vaste woon- of verblijfplaats of werk in Nederland heeft. De familie van de verdachte woonde tot een jaar geleden in Egypte, waar ook het gezin van de verdachte verbleef en de kinderen naar school gingen. De broer van de verdachte heeft verklaard bereid te zijn hem in dienst te nemen, maar dit is onvoldoende om binding met Nederland aan te tonen.
Gezien het verleden waarbij de verdachte beslissingen van de Nederlandse rechter naast zich neerlegde, acht het hof het vluchtgevaar aanwezig. Daarnaast is er een reëel risico dat de verdachte met zijn gezin, inclusief zijn minderjarige dochter, terugkeert naar Egypte, wat recidivegevaar oplevert. Het hof ziet geen mogelijkheden om deze gevaren door schorsingsvoorwaarden te beperken en wijst het verzoek tot schorsing af.
Uitkomst: Het hoger beroep tegen de voorlopige hechtenis en het verzoek tot schorsing worden afgewezen wegens vluchtgevaar en recidivegevaar.