ECLI:NL:GHAMS:2018:798
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging opslagwijzigingsbeding en terugbetaling door Deutsche Bank
In deze civiele zaak stond de vraag centraal of het opslagwijzigingsbeding in de algemene voorwaarden van Deutsche Bank oneerlijk was en vernietigd moest worden. Het hof bouwde voort op eerdere uitspraken en oordeelde dat Deutsche Bank niet voldeed aan haar informatieplicht omtrent de voorwaarden voor eenzijdige opslagwijzigingen.
De bank had de opslag verhoogd met 0,5%, maar gaf onvoldoende inzicht in de juridische en feitelijke gronden voor deze verhoging, ondanks een brief waarin algemene marktomstandigheden werden genoemd. Het hof vond de herzieningsbepaling onvoldoende transparant en oordeelde dat Deutsche Bank geen beroep kon doen op de uitzondering in de Richtlijn 91/13/EEG.
Daarom werd het opslagwijzigingsbeding vernietigd en werd Deutsche Bank veroordeeld tot terugbetaling van de bedragen die zij ten onrechte had geïnd, vermeerderd met wettelijke rente. De vorderingen van appellanten werden toegewezen en de kosten van beide instanties werden aan Deutsche Bank opgelegd.
Uitkomst: Het opslagwijzigingsbeding is vernietigd en Deutsche Bank is veroordeeld tot terugbetaling van de onterecht in rekening gebrachte opslagverhogingen met wettelijke rente.