ECLI:NL:GHAMS:2018:875
Gerechtshof Amsterdam
- Raadkamer
- Rechtspraak.nl
Afwijzing hoger beroep tegen beschikking voorlopige hechtenis
Het Gerechtshof Amsterdam heeft op 14 maart 2018 het hoger beroep behandeld tegen de beschikking van de rechtbank Noord-Holland, locatie Alkmaar, van 21 februari 2018, waarin een bevel tot gevangenhouding van verdachte werd bevestigd. De verdachte verbleef op dat moment in voorlopige hechtenis in het PPC Den Haag. De raadsman voerde aan dat artikel 67a, derde lid, van het Wetboek van Strafvordering van toepassing was, waardoor geen bevel tot gevangenhouding had mogen worden gegeven, omdat naar verwachting geen onvoorwaardelijke vrijheidsstraf zou worden opgelegd.
Het hof heeft deze stelling verworpen. Op basis van gedragskundige rapportages acht het hof het aannemelijk dat aan verdachte een tot vrijheidsbeneming strekkende maatregel zal worden opgelegd, waarvan de duur de reeds doorgebrachte voorlopige hechtenis zal overstijgen. De beoordeling of het civiele traject prevaleert boven het strafrechtelijke traject zal plaatsvinden tijdens de inhoudelijke behandeling op 1 mei 2018.
Daarom heeft het hof het hoger beroep tegen de beschikking tot voorlopige hechtenis afgewezen en de gevangenhouding van verdachte gehandhaafd. De beschikking is gegeven door de raadkamer van het hof, onder voorzitterschap van mr. M. Iedema en met mr. W.F. Groos en mr. J.J.I. de Jong als raadsheren.
Uitkomst: Het hof wijst het hoger beroep af en bevestigt de voorlopige hechtenis van verdachte.