Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
1.Het verloop van het geding in eerste aanleg
2.Het geding in hoger beroep
.
Gerechtshof Amsterdam
Partijen zijn in 1992 gehuwd en in 2016 gescheiden. Uit het huwelijk is een minderjarige geboren. De man kwam in hoger beroep tegen een beschikking waarin zijn verzoeken tot kinderalimentatie, vergoeding van kosten en verdeling van de huwelijksgoederengemeenschap werden afgewezen.
Het hof overweegt dat de verdeling van de huwelijksgoederengemeenschap zal plaatsvinden ten overstaan van een notaris, conform de wens van partijen. De kinderalimentatie wordt vastgesteld op basis van het netto gezinsinkomen ten tijde van de samenleving en de draagkracht van partijen. Voor de periode van 31 mei 2016 tot 1 september 2017 wordt de bijdrage van de vrouw vastgesteld op €345 per maand. Na 1 september 2017 is de draagkracht van de vrouw aanzienlijk verminderd, waardoor zij geen bijdrage kan leveren.
Het verzoek van de man tot vergoeding van €4.600,- aan kosten wordt afgewezen vanwege onvoldoende onderbouwing. De kosten van het geding worden niet aan de vrouw opgelegd. De beschikking is voor het grootste deel bekrachtigd, met uitzondering van de punten waarop het hof vernietigt en opnieuw beslist.
Uitkomst: Verdeling huwelijksgoederengemeenschap gelast bij notaris en kinderalimentatie vastgesteld op €345 per maand voor periode 31 mei 2016 tot 1 september 2017.