ECLI:NL:GHAMS:2018:953
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopig getuigenverhoor inzake Derivatencommissie en Herstelkader rentederivaten
Claim Participants verzocht de rechtbank om een voorlopig getuigenverhoor te gelasten om feiten te bewijzen omtrent de totstandkoming en werkwijze van de Derivatencommissie en de inhoud van het Uniform Herstelkader Rentederivaten MKB. Zij stelde dat de commissie niet onafhankelijk was en dat het herstelkader onvoldoende compensatie bood voor MKB-ondernemers.
De rechtbank wees het verzoek af omdat Claim Participants onvoldoende duidelijk had gemaakt welke vorderingen zij wilde instellen, onvoldoende belang had bij het getuigenverhoor en het verzoek misbruik van bevoegdheid was. Claim Participants trad op voor zichzelf en niet namens andere MKB-ondernemers, en kon het causaal verband tussen onrechtmatig handelen en schade niet onderbouwen.
Het hof bevestigde deze afwijzing en oordeelde dat het verzoek niet voldeed aan de eisen van artikel 187 lid 3 sub a en Pro b Rv. Het hof stelde dat het verzoek misbruik van bevoegdheid was vanwege de onevenredigheid van de belangen en het ontbreken van voldoende belang bij het getuigenverhoor. De bestreden beschikking werd bekrachtigd en Claim Participants werd veroordeeld in de kosten van het hoger beroep.
Uitkomst: Het hof heeft het verzoek tot het houden van een voorlopig getuigenverhoor afgewezen en de beslissing van de rechtbank bekrachtigd.