Uitspraak
mr. M.E. Grootte Purmerend,
mr. E.H.J. Slagerte Amsterdam.
Gerechtshof Amsterdam
Partijen zijn ex-partners met een minderjarig kind geboren in 2006. De vrouw woont met het kind in België. De man is bij vonnis van het Vredegerecht Tongeren veroordeeld tot betaling van kinderalimentatie, maar heeft geen betalingen verricht en een aanzienlijke achterstand opgebouwd.
De vrouw vorderde in kort geding verlof om het Belgische vonnis ten uitvoer te leggen bij lijfsdwang, zodat de man in gijzeling kan worden gesteld totdat hij de achterstallige alimentatie betaalt. De voorzieningenrechter heeft dit verlof verleend en het vonnis uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
De man stelde in hoger beroep dat hij niet in staat was te betalen vanwege financiële problemen en betwistte de rechtmatigheid van het Belgische vonnis. Het hof oordeelt dat de man onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat hij niet kon betalen en dat het Belgische vonnis terecht ten uitvoer is gelegd. Het verzoek tot schorsing van de uitvoerbaarheid wordt afgewezen en het hoger beroep wordt verworpen.
De vrouw mocht haar eis niet uitbreiden tot een langere gijzelingstermijn, omdat zij dit niet tijdig had gedaan. De kosten van het hoger beroep worden gecompenseerd. Het arrest bevestigt dat lijfsdwang een ultimum remedium is om onderhoudsverplichtingen af te dwingen wanneer andere middelen tekortschieten.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis dat lijfsdwang kan worden toegepast om de man te dwingen achterstallige kinderalimentatie te betalen en wijst het hoger beroep af.