Op 11 juni 2016 pleegde verdachte samen met anderen openlijke geweldpleging op de Beverwijkse Bazaar te Beverwijk, waarbij het slachtoffer werd geduwd, in de nek vastgepakt en meerdere malen geslagen op rug, hoofd en schouders. Het hof achtte deze feiten wettig en overtuigend bewezen en verwierp andere tenlasteleggingen wegens gebrek aan bewijs.
De politierechter veroordeelde verdachte tot een deels voorwaardelijke taakstraf van 100 uur, waarvan 40 uur voorwaardelijk. In hoger beroep stelde de advocaat-generaal een taakstraf van 80 uur voor, waarvan 40 uur voorwaardelijk. Het hof overwoog dat het onderliggende conflict kort na de vechtpartij was opgelost en dat verdachte zijn lesje heeft geleerd. Ook werd meegewogen dat alleen verdachte en medeverdachten werden gestraft, terwijl anderen zich ook hadden misdragen.
Gezien deze omstandigheden legde het hof een geheel voorwaardelijke taakstraf van 80 uur op met een proeftijd van twee jaar. Het hof achtte geen plaats voor vrijspraak zonder strafoplegging. Tevens werd voorarrest in mindering gebracht volgens de maatstaf van twee uur taakstraf per dag voorarrest.
Het vonnis van de politierechter werd vernietigd en het arrest van het hof is op 27 maart 2019 uitgesproken door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam.