ECLI:NL:GHAMS:2019:111
Gerechtshof Amsterdam
- Beschikking
- T.A.M. Tijhuis
- H.A. van den Berg
- J.A. van Keulen
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep afgewezen tegen ondertoezichtstelling minderjarige wegens opvoedproblemen
De moeder is in hoger beroep gekomen tegen de ondertoezichtstelling van haar minderjarige kind [kind A], die door de gecertificeerde instelling was opgelegd wegens ernstige bedreiging van de ontwikkeling van het kind. De moeder betwistte de noodzaak van de maatregel en stelde dat zij voldoende zorg en opvoeding kon bieden, mede dankzij hulp van haar moeder en begeleiding.
Het hof heeft de feiten onderzocht en vastgesteld dat de moeder licht verstandelijk beperkt is en onvoldoende pedagogische vaardigheden bezit om het kind adequaat op te voeden. Het kind vertoont grensoverschrijdend gedrag en accepteert het gezag van de moeder niet, waardoor het risico op gedragsproblemen blijft bestaan. De komst van de oma heeft de situatie gestabiliseerd, maar deze is nog pril en onzeker.
Gezien de ambivalente houding van de moeder ten opzichte van hulpverlening en de blijvende zorgen over de opvoedsituatie, oordeelt het hof dat de gronden voor ondertoezichtstelling aanwezig waren en nog steeds gelden. Het beroep op het recht op gezinsleven faalt. Het hof bekrachtigt daarom de beschikking van de rechtbank en handhaaft de ondertoezichtstelling tot 22 mei 2019.
Uitkomst: Het hof heeft het hoger beroep van de moeder afgewezen en de ondertoezichtstelling van het kind bekrachtigd tot 22 mei 2019.