ECLI:NL:GHAMS:2019:1164
Gerechtshof Amsterdam
- Raadkamer
- Rechtspraak.nl
Bezwaar tegen omzetting taakstraf in vervangende jeugddetentie ongegrond verklaard
De veroordeelde was veroordeeld tot een taakstraf van 60 uur, waarvan hij slechts 41 uur heeft uitgevoerd. Naar aanleiding van de eindrapportage van de Raad voor de Kinderbescherming heeft het openbaar ministerie de taakstraf omgezet in 30 dagen vervangende jeugddetentie. De veroordeelde maakte bezwaar tegen deze omzetting en verzocht om de resterende 19 uur taakstraf alsnog te mogen uitvoeren binnen drie maanden.
Tijdens de zitting verklaarde de veroordeelde dat hij zijn best had gedaan de taakstraf te voltooien, maar door een verblijf in Turkije en medische redenen niet volledig kon voldoen. De raadsman verzocht het hof het bezwaar gegrond te verklaren. De advocaat-generaal stelde dat de omzetting terecht was omdat de veroordeelde niet aan zijn verplichtingen had voldaan.
Het hof oordeelde dat de veroordeelde het niet voltooien van de taakstraf zelf is toe te rekenen, omdat hij herhaaldelijk niet is verschenen en zelfs een officiële waarschuwing en laatste kans niet heeft benut. Eerder was de veroordeelde al veroordeeld tot jeugddetentie waarvan een deel was vervangen door een taakstraf. Het hof verklaart het bezwaar ongegrond en bevestigt de omzetting in vervangende jeugddetentie.
Uitkomst: Het hof verklaart het bezwaar ongegrond en bevestigt de omzetting van de taakstraf in vervangende jeugddetentie.