ECLI:NL:GHAMS:2019:1353

Gerechtshof Amsterdam

Datum uitspraak
18 april 2019
Publicatiedatum
19 april 2019
Zaaknummer
23-000159-18
Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 3 OpiumwetArt. 11 OpiumwetArt. 57 SrArt. 311 SrArt. 27 Sr
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging vonnis met wijziging strafoplegging wegens verblijf verdachte in buitenland

Het gerechtshof Amsterdam behandelde het hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter in Amsterdam, waarin de verdachte werd veroordeeld voor het kweken van een aanzienlijke hoeveelheid hennep en diefstal van elektriciteit. De politierechter legde een voorwaardelijke gevangenisstraf en een taakstraf op.

In hoger beroep bevestigde het hof de bewezenverklaring maar vernietigde het vonnis voor wat betreft de strafoplegging. Vanwege het feit dat de verdachte in het buitenland verblijft en de werkstraf niet uitvoerbaar is, werd de taakstraf vervangen door een gevangenisstraf van twee maanden met aftrek van voorarrest.

Het hof motiveerde de straf op basis van de ernst van de feiten, het financieel gewin van de verdachte en de maatschappelijke schade. De verdachte was niet eerder veroordeeld. Het arrest werd gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam op 18 april 2019.

Uitkomst: De verdachte is veroordeeld tot een gevangenisstraf van twee maanden met aftrek van voorarrest vanwege het niet uitvoerbaar zijn van de werkstraf door zijn verblijf in het buitenland.

Uitspraak

afdeling strafrecht
parketnummer: 23-000159-18
datum uitspraak: 18 april 2019
TEGENSPRAAK
Arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Amsterdam van 15 januari 2018 in de strafzaak onder parketnummer
13-703038-17 tegen
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] (Bulgarije) op [geboortedag] 1989,
zonder bekende woon- of verblijfplaats.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van
4 april 2019 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg.
Tegen voormeld vonnis is namens de verdachte hoger beroep ingesteld.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door de raadsman naar voren is gebracht.

Vonnis waarvan beroep

Het hof verenigt zich met het vonnis waarvan beroep en zal dit daarom bevestigen behalve ten aanzien van de opgelegde straffen. In zoverre zal het vonnis worden vernietigd.

Oplegging van straf

De politierechter in de rechtbank Amsterdam heeft de verdachte voor het in eerste aanleg ten aanzien van het onder 1 en 2 bewezen verklaarde veroordeeld tot een voorwaardelijke gevangenisstraf van twee maanden en een taakstraf voor de duur van 120 uren, subsidiair 90 dagen hechtenis met aftrek van voorarrest.
De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte voor het onder 1 en 2 ten laste gelegde zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van twee maanden met aftrek van voorarrest.
De raadsman heeft een lagere (voorwaardelijke) gevangenisstraf bepleit.
Het hof heeft in hoger beroep de op te leggen straf bepaald op grond van de ernst van de feiten en de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en gelet op de persoon van de verdachte. Het hof heeft daarbij in het bijzonder het volgende in beschouwing genomen.
De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan de kweek van een aanzienlijke, voor de handel bestemde, hoeveelheid hennepplanten. Deze handel gaat regelmatig gepaard met andere en zwaardere vormen van criminaliteit. De verdachte heeft slechts oog gehad voor eigen financieel gewin en is daarbij volledig voorbij gegaan aan de schade die hij de samenleving bezorgt. Daarnaast heeft de verdachte zich schuldig gemaakt aan de diefstal van elektriciteit om uit zijn handelen in financieel opzicht het maximale gewin te behalen.
Nu de verdachte in het buitenland verblijft en bovendien onduidelijk is waar precies, is een werkstraf niet executeerbaar.
De verdachte is volgens een hem betreffend uittreksel uit de Justitiële Documentatie niet eerder veroordeeld.
Het hof acht, alles afwegende, een gevangenisstraf van twee maanden passend en geboden.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

De op te leggen straf is gegrond op de artikelen 3 en 11 van de Opiumwet en de artikelen 57 en 311 van het Wetboek van Strafrecht.
Deze wettelijke voorschriften worden toegepast zoals geldend ten tijde van het bewezen verklaarde.

BESLISSING

Het hof:
Vernietigt het vonnis waarvan beroep ten aanzien van opgelegde straffen en doet in zoverre opnieuw recht.
Veroordeelt de verdachte tot een
gevangenisstrafvoor de duur van
2 (twee) maanden.
Beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 27, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.
Bevestigt het vonnis waarvan beroep voor het overige, met inachtneming van het hiervoor overwogene.
Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. J.D.L. Nuis, mr. P.C. Römer en mr. J. Piena, in tegenwoordigheid van mr. S.W.H. Bootsma, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 18 april 2019.
mr. J.D.L. Nuis is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.
=========================================================================
[…]