De verdachte werd in eerste aanleg veroordeeld voor het opzettelijk overtreden van een gebiedsverbod in Amsterdam, opgelegd door de burgemeester, terwijl nog geen twee jaar waren verstreken sinds een eerdere veroordeling voor een gelijk misdrijf.
In hoger beroep vernietigde het hof het vonnis van de politierechter en verklaarde het bewezen dat de verdachte het gebiedsverbod op 20 juli 2018 heeft overtreden. Het hof achtte de strafbaarheid van het feit en de verdachte bewezen.
De strafoplegging werd gemotiveerd door de ernst van het feit en de recidive, maar ook door de positieve persoonlijke omstandigheden van de verdachte, zoals zijn deelname aan hulpverleningstrajecten en stabiliteit in zijn leven. Daarom legde het hof een taakstraf van 80 uur op, in plaats van een vrijheidsstraf, en verlengde de proeftijd van een eerdere voorwaardelijke straf met één jaar.
De verdachte werd vrijgesproken van overige tenlasteleggingen die niet bewezen konden worden verklaard. Het arrest werd gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam op 18 april 2019.