ECLI:NL:GHAMS:2019:1428
Gerechtshof Amsterdam
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Gerechtshof bevestigt verdeling huwelijksgoederengemeenschap en onderhoudsbijdragen volgens Engels en Nederlands recht
Partijen, beiden met Nederlandse nationaliteit en woonachtig in het Verenigd Koninkrijk, zijn in 2001 gehuwd en in 2017 gescheiden. Het geschil betreft de verdeling van de huwelijksgoederengemeenschap en de vaststelling van de onderhoudsbijdragen voor de minderjarige kinderen.
De rechtbank had eerder beslist over de verdeling van onroerende zaken, aandelen en bankrekeningen, en bepaalde dat de kosten van de kinderen gelijkelijk werden gedragen, met uitzondering van voetbalkosten. De man stelde in hoger beroep dat de verdeling van de kosten naar rato van inkomen moest plaatsvinden en dat ook de voetbalkosten in de bijdrage moesten worden meegenomen.
Het hof oordeelde dat onvoldoende inzicht was gegeven in de inkomenspositie van beide partijen, waardoor de verdeling bij helfte gehandhaafd bleef. Daarnaast werden de voetbalkosten en therapiekosten voor de kinderen als gebruikelijke kosten erkend en gelijk verdeeld. De verdeling van onroerende zaken en aandelen werd op enkele punten aangepast, zoals de toedeling van woningen en aandelen, waarbij ook rekening werd gehouden met hypothecaire schulden en waardebepalingen door taxateurs. Het hof stelde ook dwangsommen in voor medewerking aan eigendomsoverdrachten.
De beschikking van de rechtbank werd op onderdelen vernietigd en opnieuw vastgesteld, waarbij het hof de verzoeken van partijen deels toewijsde en deels afwees, met als uitgangspunt een evenwichtige en rechtvaardige afwikkeling van de vermogensverdeling en onderhoudsbijdragen.
Uitkomst: Het hof wijst de onderhoudsbijdragen en vermogensverdeling toe met aanpassingen, waarbij kosten gelijk worden verdeeld en onroerend goed en aandelen worden toegedeeld met waardebepalingen.