ECLI:NL:GHAMS:2019:1483
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens onvoldoende bewijs witwassen contant geldbedrag
In hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter is de verdachte beschuldigd van het witwassen van een contant bedrag van €18.500, gebruikt voor de aankoop van een personenauto in 2014. Het openbaar ministerie stelde dat het geld afkomstig was uit criminele activiteiten, terwijl de verdediging betoogde dat er geen redelijk vermoeden van witwassen bestond.
Het hof heeft het opsporingsonderzoek en de bewijsmiddelen beoordeeld, waaronder het gebruik en eigendom van de Mercedes-auto die op naam van de verdachte stond. Er was onvoldoende bewijs dat de auto of het geld afkomstig was van derden die het bezit financieel niet konden verantwoorden. De verdachte verklaarde dat de auto zijn eigendom was en dat hij deze had betaald met een combinatie van inruil en contant geld.
Gezien het legale inkomen van de verdachte en het ontbreken van concrete aanwijzingen dat het contante bedrag uit een misdrijf afkomstig was, oordeelde het hof dat er geen redelijk vermoeden van witwassen was. Daarom werd de verdachte vrijgesproken van de tenlastelegging.
Uitkomst: Verdachte is vrijgesproken wegens onvoldoende bewijs van witwassen van €18.500.